Steun

Abdij Roosenberg

14/10/15 - Assisi: ‘Herbouw Mijne kerk, ze valt in’…

Met 27 mensen trokken we in september vanuit abdij Roosenberg naar Assisi onder begeleiding van Luc Maes en Irene Vander Cruyssen. We sprokkelden indrukken, ervaringen, emoties en gedachten.

 

Paul

De hoge verwachting waarmee we deze reis boekten werden meer dan ingelost. Het zou een bedevaart worden met een zware klemtoon op de culturele kunsthistorische rijkdom die de streek te bieden heeft. En inderdaad was het dit laatste aspect dat dankzij onze gids Irène uitvoerig en grondig aan bod kwam. Alle deelnemers weten voor de rest van hun dagen, aan de hand van de uitgedrukte emoties op het gelaat van de afgebeelde figuren, de plooien in hun gewaden, de sierlijkheid van hun bewegingen en het gebruikte coloriet, de compositie en het spel van schaduw en licht het verschil te duiden tussen de vroeg Byzantijnse tijd en de Renaissance en Barok van onze latere Westerse kunstenaars. We kijken nooit meer op dezelfde manier naar kunstwerken, van fresco’s tot beeldhouwwerken, als we deden voor deze reis…

De aandacht voor Franciscus, van geboorte tot sterven en begraven, was op vele plaatsen aanwezig. Enkele in originele staat bewaarde plaatsen waar Franciscus met zijn gezellen vertoefde maakten indruk omwille van de primitieve en sobere manier van leven die steeds duidelijk bleek. De tegenstelling met de erbovenop of naast gebouwde pompeuze kerken en basilieken kon niet groter. Ook het klooster van Clara in San Damiano maakte indruk omwille van de eenvoud. Eucharistie vierden we op zo een stille plek: de Carceri, een kluizenarij die door Franciscus en zijn eerste broeders werd gebruikt. Luc ging voor in een zinvolle openluchtviering die allen nog lang zal heugen omwille van de teksten en de betrokkenheid van alle deelnemers.

 

Fons

Een mens van zeventig en meer
heeft jaren in geloof naar God
en Jezus geluisterd via openbarend woord
in een bijna dode
en afstandelijke taal.
Toch hebben de mensen dit luisteren
omgezet in daden.
Anno 2015 en al vroeger
luisteren mensen
naar Gods woord vanuit
het concrete leven van mensen
niet het godsbeeld is nu
belangrijk
maar de hunker naar een concrete
mens.
Wat houdt die mens echt bezig?
Waar zijn mensen nu om bekommerd?
Het beluisteren van Gods woord
vertrekt blijkbaar eerst vanuit die mensen.
Franciscus en zijn naamgenoot de paus
ging en gaat deze weg.
De eerste die dit door had was Jezus zelf.
Lees er zijn evangelie maar op na.

 

Vrijdag 11 september 2015

De intredeprocessie naar de eucharistieviering in de Carceri tegen de Subasioberg maken mensen niet veel mee.
Mensen met blutsen en builen van het leven beleven daar een soort transfiguratiemoment.
Op het feest van de Transfiguratie van de Heer bestond de Roosenbergabdij dit jaar 40 jaar.
De witte albe en rode stola vloekten niet tegen het groenbruin van de omgeving.
De verwelkoming op deze zeer heilige plaats werd onderstreept door meer dan één wegpinkende traan van Luc en anderen.
Een ontroerende bibber om te beginnen… Je zou voor minder…
Zijn priestercollega’s broederlijk naast elkaar in franciscaanse eenvoud.
Nachtegalen van een koor… Soberheid troef.
Warmte van mensen in geuren en kleuren
Ongekunsteldheid bij een goddelijke en menselijke liturgie.
We voelden Franciscus en zijn Heer écht bij ons.
Irène heeft niet geroepen Luc of Loek (is Italiaans ?)… maar zal het hem stilletjes gezegd hebben hoeveel deugd het deed aan haar hart en dat van al haar Assisi-gangers.

Fons

 

Lieve

We wandelen verder langs een prachtige weg, langs kapellen, cipressen, olijfbomen en worden verrast door een prachtige beeldengroep : het zonnelied. Franciscus zou hier zijn zonnelied geschreven hebben toen hij volledig in de put zat. Het is een lied vol vertrouwen dat God er altijd voor je is. De natuur is hier prachtig. Een mooi bronzen beeld van een pelgrim wijst ons al het ware de weg naar San Damiano.

Het kerkje en klooster hebben hun oorspronkelijke vorm grotendeels behouden en zijn mooi in al in hun eenvoud. Hier ervaar ik het best hoe Franciscus geleefd heeft: teruggetrokken, eenvoudig en verbonden met de natuur.

 

Marc

Met mijn gedachten vaak in de woelige stroom van abdij Roosenberg, maar getroost door verborgen Franciscaanse metgezellen: Jan Hoeberichts (‘Mannen van vrede’), Anton Rotzetter (“Clara van Assisi”), André Janssen (“Franciscus, mysticus van nabijheid’) en Felix Timmermans:

“De Geest waait waar hij wil
en staat nooit stil.
Nu eens bij u, dan bij een ander.
Waarom bezien wij zo elkander?
Zie, wat bij u is, is bij mij.
’t Komt uit hetzelfde klaar getij,
gelijk de waatren van de beken
zich voeden aan denzelfden stroom
of uit dezelfde bronne breken.
Wij zijn de takken van één boom,
van ’t zelfde huis de gangen,
de aders van het eendre bloed.
En of de geest met vlam en zangen
bij u nu, dan bij mij verwijlt,
of weer verterend naar een ander ijlt,
Hij is in ons! In ons! Zoo is het goed? En
laat ons zwijgen en verlangen.”

(Felix Timmermans)

 

Luc

Luc leest op de gepaste momenten voor uit dat schitterend boek, ‘De harp van St.-Franciscus’ van Felix Timmermans: “Herbouw Mijne kerk, zij valt in, herbouw Mijne kerk, zij valt in…”

“Hij kwam aan ‘t vervallen Sint Damiaankerkske, en hij daarheen om er voor den zoveelsten keer vóór dat kruis zijnen nood te gaan klagen… Woorden kon hij niet meer zeggen. Hij bezag het kruis waarop een zoete Jezus geschilderd was, die u beziet, met bezijds heiligen en engelen in de hoeken. Hij gaf er zich met heel zijn ziel aan over. Hij zag in de ogen van Jezus. Hij zat met zijn handen en zijn hart open, om dat licht te krijgen, waar heel zijn ziel naar snakte. Jezus hield ook zijn armen open, waar hij heel de wereld mee omhelsde. Het kruis was van hout en geschilderd, en Franciscus van levend vlees en bloed. Tussen het kruis en hem was de lucht en de lichtendonkeren. Maar er was ook de liefde tussen, die ge niet ziet, en al de gebeden van ’t pastoorke en de boeren, de gebeden en tranen van al de mensen en heel de wereld. Stilte. Franciscus weende, en in die stilte sprak het kruis. Het sprak. Jezus op het kruis verroerde; het lichaam rilde, het hoofd zette zich recht, en de ogen begonnen te leven, lijk bij een levenden mens. De mond trilde en de lippen gingen open en toe, en met een muziekstem sprak hij: “Herbouw Mijne kerk, zij valt in. Herbouw Mijne kerk, zij valt in.” Zo drie keren achtereen…”